VVPR-bis is het gunstregime waarmee een kleine vennootschap dividend kan uitkeren aan 18 procent roerende voorheffing in plaats van de gewone 30 procent. Sinds 1 juli 2026 is dat lage tarief 18 procent en niet langer 15 procent, door de programmawet van 30 mei 2026.
Lees je ergens nog dat VVPR-bis 15 procent kost, dan is die pagina niet bijgewerkt. Hieronder staat het volledige tariefschema per boekjaar, wat je netto overhoudt op 10.000 euro dividend, en hoe VVPR-bis zich verhoudt tot de liquidatiereserve, die in dezelfde beweging hertekend is.

Wat is VVPR-bis?
VVPR-bis is een verlaagd tarief roerende voorheffing op dividenden, geregeld in artikel 269 paragraaf 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Een kleine vennootschap die sinds 1 juli 2013 nieuwe aandelen uitgaf tegen een inbreng in geld, betaalt op de dividenden van die aandelen 18 procent in plaats van 30 procent, na een wachttermijn van enkele boekjaren.
De naam staat voor "verlaagde voorheffing / précompte réduit". Het is geen aftrekpost en geen vrijstelling. Je betaalt gewoon een lager tarief. De vennootschap houdt minder roerende voorheffing in bij de uitkering, en jij als aandeelhouder houdt meer over. Verder verandert er niets. Het dividend blijft een dividend, en voor een particuliere aandeelhouder is de belasting definitief afgerekend zodra de voorheffing is ingehouden.
Het regime is bewust gebouwd voor kleine vennootschappen die echt geld inbrengen en dat geld een tijd laten staan. Vandaar twee harde ankers. De inbreng moet in geld zijn en je moet wachten voor je aan het lage tarief kan uitkeren.
Hoeveel roerende voorheffing betaal je op een VVPR-bis-dividend in 2026?
Dat hangt af van twee dingen, namelijk wanneer de inbreng gebeurde en uit welk boekjaar de winst komt die je uitkeert. Voor inbrengen tot en met 31 december 2025 loopt het schema van 30 naar 20 naar 18 procent. Voor inbrengen vanaf 1 januari 2026 is de tussenschijf van 20 procent verdwenen: het blijft 30 procent tot het lage tarief begint, en dat begint op hetzelfde moment als vroeger.
Inbreng gedaan tot en met 31 december 2025
| Dividend uit de winst van | Roerende voorheffing |
|---|---|
| Het boekjaar van de inbreng | 30% |
| Het eerste boekjaar na de inbreng | 30% |
| Het tweede boekjaar na de inbreng | 20% |
| Het derde boekjaar na de inbreng en later | 18% |
Inbreng gedaan vanaf 1 januari 2026
| Dividend uit de winst van | Roerende voorheffing |
|---|---|
| Het boekjaar van de inbreng | 30% |
| Het eerste boekjaar na de inbreng | 30% |
| Het tweede boekjaar na de inbreng | 30% |
| Het derde boekjaar na de inbreng en later | 18% |
Tarieven geldig voor dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. Het verdwijnen van de 20 procent-schijf komt uit de programmawet van 18 juli 2025 en geldt enkel voor inbrengen vanaf 1 januari 2026, zoals Liberoo het overzicht van beide hervormingen samenvat. Wolters Kluwer bevestigt dat lezing: voor inbrengen vanaf 2026 blijft het 30 procent tot en met het tweede boekjaar na de inbreng, en geldt het lage tarief vanaf het dividend over het derde boekjaar (Dividend VVPRbis: afschaffing tarief 20 procent).
Een voorbeeld met echte jaartallen. Je deed in maart 2023 een kapitaalverhoging in geld en je boekjaar loopt gelijk met het kalenderjaar. Het boekjaar van de inbreng is 2023. Een dividend uit de winst van 2023 of 2024 kost je 30 procent. Uit de winst van 2025 betaal je 20 procent. Uit de winst van 2026, waarover de algemene vergadering in 2027 beslist, betaal je 18 procent. En dat blijft zo voor alle latere dividenden op die aandelen.
Waarom is het tarief 18 procent geworden in plaats van 15 procent?
Door de programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026. Die verhoogt het VVPR-bis-tarief van 15 naar 18 procent voor alle dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. Het is gestemde wet, geen voorstel.
De verhoging was aangekondigd in het begrotingsakkoord van november 2025, samen met de gelijkschakeling van VVPR-bis en de liquidatiereserve. Practicali beschrijft de maatregel en de ingangsdatum in detail.
Belangrijk voor wie een oude inbreng heeft: alle geraadpleegde fiscale bronnen lezen de maatregel als datumgebonden aan de uitkering, niet aan de inbreng. Er is geen uitzondering voor aandelen die al jaren onder VVPR-bis vallen. Keer je vandaag uit, dan is het 18 procent, ook als de inbreng dateert van 2015.
Het aanknopingspunt is de datum van toekenning of betaalbaarstelling, niet de datum waarop het geld op je rekening staat. De minister van Financiën bevestigde in april 2026 dat een algemene vergadering die vóór de inwerkingtreding besliste tot uitkering, geen fiscaal misbruik pleegt, ook als de uitbetaling later volgt. Voorwaarde is wel dat de vennootschapsrechtelijke tests vervuld zijn en dat de beslissing een aantoonbare vaste datum heeft, bijvoorbeeld door medeondertekening van de notulen door je accountant of notaris. Dat standpunt staat uitgewerkt in de analyse van het ITAA van 14 april 2026.
Aan welke voorwaarden moet je vennootschap voldoen voor VVPR-bis?
Er zijn vijf voorwaarden en ze gelden allemaal samen. De vennootschap was klein op het moment van de inbreng, de inbreng gebeurde in geld vanaf 1 juli 2013, de aandelen zijn volledig volstort bij de uitkering, het zijn aandelen op naam zonder preferente rechten, en je hebt ze onafgebroken in volle eigendom sinds de inbreng.
Kleine vennootschap op het moment van de inbreng
De groottecriteria van artikel 1:24 WVV zijn maximaal 50 werknemers, een omzet van maximaal 11.250.000 euro exclusief btw en een balanstotaal van maximaal 6.000.000 euro, met maximaal één overschrijding. Die drempels liggen sinds boekjaren die starten na 31 december 2023 een kwart hoger dan voordien. Dezelfde definitie gebruik je voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting en de minimumbezoldiging.
Een echte inbreng in geld
Alleen geld telt. Een inbreng in natura, een schuldvordering die je omzet in kapitaal of een quasi-inbreng komen niet in aanmerking. Sinds het WVV het minimumkapitaal voor de bv afschafte, telt elke inbreng in geld mee vanaf de eerste euro. Een bv zonder kapitaal in de klassieke zin kan dus perfect VVPR-bis-aandelen hebben.
Aandelen die volledig volstort zijn
De aandelen moeten volledig volstort zijn op het moment dat je het dividend uitkeert. Tussen 2019 en 2021 bestond er een techniek om de volstortingsplicht te laten vervallen zonder geld in te brengen. De wet van 21 december 2021 heeft dat gat gedicht vanaf 1 januari 2022, met een overgangsperiode tot 31 december 2022 om alsnog echt geld te storten.
Aandelen op naam zonder preferente rechten
De aandelen mogen geen voorrang hebben op het vlak van winstdeelname of op de opbrengst bij vereffening. Aandelen die zijn uitgegeven naar aanleiding van een inbreng van een liquidatiereserve vallen er ook buiten.
Ononderbroken volle eigendom
Je moet de aandelen sinds de inbreng zelf in volle eigendom houden. Meer daarover in de sectie over overdracht hieronder.
De kleine-vennootschap-toets doe je op het moment van de inbreng, niet doorlopend en niet op het moment van de uitkering. Groeit je vennootschap daarna door tot een grote vennootschap, dan blijven de bestaande VVPR-bis-aandelen gewoon in orde. Doe je later een nieuwe inbreng terwijl je op dat moment al groot bent, dan komt die inbreng niet meer in aanmerking.
Kan je de wachttermijn verkorten met een tussentijds dividend?
Ja. Door het dividend toe te kennen aan het lopende boekjaar in plaats van aan het pas afgesloten boekjaar, kan je het lage tarief in de praktijk een jaar vroeger toepassen. Dat gebeurt via een tussentijds dividend of een interimdividend, met een aparte beslissing en een aangifte in de roerende voorheffing.
Het verschil zit volledig in de vraag uit welke winst je uitkeert. Een gewone jaarlijkse winstverdeling gaat over het boekjaar dat net is afgesloten. Een tussentijds dividend gaat over de winst van het boekjaar dat nog loopt. Schuift dat lopende boekjaar net over de grens waarop het lage tarief begint, dan win je twaalf maanden.
Het staat of valt met de administratie. De notulen moeten expliciet vermelden aan welk boekjaar het dividend wordt toegekend, de boeking moet daarmee overeenstemmen en de aangifte in de roerende voorheffing moet tijdig gebeuren. Een tussentijds dividend dat per vergissing aan het vorige boekjaar wordt toegekend, kost je het hele voordeel van de vervroeging. Ook de liquiditeitstest en de netto-actieftest van het WVV moeten vervuld zijn, want een interimdividend blijft een uitkering.
Verlies je VVPR-bis als je je aandelen overdraagt?
In de regel wel. Een verkoop van de aandelen of een inbreng ervan in een andere vennootschap doet het VVPR-bis-voordeel vervallen, omdat de voorwaarde van ononderbroken volle eigendom sinds de inbreng breekt. De koper krijgt gewone aandelen terug, met 30 procent roerende voorheffing.
Er zijn twee uitzonderingen. Een overgang door erfopvolging en een schenking in volle eigendom in rechte lijn of tussen echtgenoten behouden het voordeel. En bij een fiscaal neutrale fusie of splitsing blijft het regime ook overeind.
Wat mensen het vaakst verkeerd inschatten: "binnen de familie" is geen criterium. Een verkoop aan je broer, je zus, een neef of je ongehuwde partner kost je VVPR-bis, ook al blijft alles in de familie. De uitzondering spreekt uitdrukkelijk over volle eigendom, dus een schenking van de blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik zit niet in de veilige zone. Deloitte heeft de gevolgen van een overdracht en de uitzonderingen op een rij gezet.
Laat een overdracht altijd vooraf nakijken, want achteraf valt er niets meer aan te repareren.
Wat blijft er netto over van 10.000 euro dividend?
Op een brutodividend van 10.000 euro houd je 8.200 euro over met VVPR-bis aan 18 procent, tegenover 7.000 euro zonder het regime. Dat is 1.200 euro verschil op elke 10.000 euro. Vóór 1 juli 2026 was dat 8.500 euro, dus de verhoging naar 18 procent kost je 300 euro per 10.000 euro.
| Situatie | Roerende voorheffing | Netto voor de aandeelhouder |
|---|---|---|
| Gewoon dividend, geen regime (30%) | 3.000 euro | 7.000 euro |
| VVPR-bis, toegekend vóór 1 juli 2026 (15%) | 1.500 euro | 8.500 euro |
| VVPR-bis, toegekend vanaf 1 juli 2026 (18%) | 1.800 euro | 8.200 euro |
Bedragen op basis van de tarieven zoals ze gelden op 30 augustus 2026.
Die 10.000 euro is winst die de vennootschapsbelasting al gepasseerd is. Reken je van bovenaf, dan ziet het er zo uit. Een kleine vennootschap die aan de voorwaarden voldoet, betaalt 20 procent vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst. Op 12.500 euro winst is dat 2.500 euro, waarna er 10.000 euro overblijft om uit te keren. Trek daar 1.800 euro roerende voorheffing af en je houdt 8.200 euro netto over van 12.500 euro brutowinst. De gecombineerde druk komt zo op 34,4 procent. Zonder VVPR-bis is dat 44 procent.
Let wel: dat verlaagd tarief van 20 procent hangt zelf aan voorwaarden, waaronder een minimumbezoldiging aan één bedrijfsleider. De vier voorwaarden staan uitgelegd in ons artikel over het verlaagd tarief vennootschapsbelasting.
VVPR-bis of liquidatiereserve: wat houdt meer over?
Op papier houdt VVPR-bis vandaag net iets meer over, namelijk 8.200 euro tegenover 8.118 euro op 10.000 euro winst na vennootschapsbelasting. Het verschil is klein, want beide regimes hebben sinds de hervorming dezelfde wachttermijn van drie jaar. De echte keuze zit in iets anders dan het tarief.
| Op 10.000 euro winst na vennootschapsbelasting | VVPR-bis | Liquidatiereserve, nieuw regime |
|---|---|---|
| Heffing bij de aanleg | geen | 1.000 euro (10% anticipatieve heffing) |
| Wachttermijn | Het lage tarief geldt vanaf het dividend over het derde boekjaar na de inbreng | 3 jaar na de aanleg |
| Roerende voorheffing bij uitkering | 1.800 euro (18% op 10.000) | 882 euro (9,8% op 9.000) |
| Totale heffing | 1.800 euro | 1.882 euro |
| Netto voor de aandeelhouder | 8.200 euro | 8.118 euro |
| Te vroeg uitkeren | 30% in plaats van 18% | 30% roerende voorheffing |
| Bij vereffening van de vennootschap | gewoon dividendtarief | vrij van roerende voorheffing |
Cijfers voor uitkeringen vanaf 1 juli 2026, voor liquidatiereserves aangelegd voor boekjaren die eindigen op of na 31 december 2025. De anticipatieve heffing wordt berekend op het bedrag dat je effectief in de reserve boekt, dus laat de exacte cijfers op je jaarrekening berekenen.
Dat verschil van 82 euro weegt eigenlijk niet zo zwaar. Belangrijker is de toegang: de liquidatiereserve staat open voor elke kleine vennootschap met winst, elk jaar opnieuw. VVPR-bis vraagt dat je ooit een inbreng in geld hebt gedaan sinds 1 juli 2013. Heb je die niet, dan bestaat de keuze niet en blijft alleen de liquidatiereserve over.
Ook de timing van de cash maakt uit. Bij een liquidatiereserve betaal je de anticipatieve heffing van 10 procent meteen bij de aanleg, samen met je vennootschapsbelasting, jaren voor je een euro ziet. Bij VVPR-bis betaal je niets vooraf. Voor een vennootschap die haar cash nodig heeft om te werken, is dat een reëel verschil.
En dan is er nog de eindmeet. Een liquidatiereserve die je pas bij de vereffening van de vennootschap uitkeert, is volledig vrij van roerende voorheffing. Dat maakt de reserve interessant voor wie het geld toch in de vennootschap laat zitten tot het einde. VVPR-bis biedt dat niet.
Voor liquidatiereserves aangelegd voor oudere boekjaren geldt nog een aparte overgangsregeling, met 5 procent na vijf jaar of 6,5 procent na drie jaar. De achtergrond daarvan staat in ons artikel over liquidatiereserves sneller uitkeren. Let op: dat artikel beschrijft de situatie zoals ze was na de programmawet van juli 2025. Het tarief na de wachttermijn is daarna nog verhoogd naar 9,8 procent, zoals in de tabel hierboven.
In de praktijk sluiten de twee elkaar niet uit. Je kan perfect combineren. VVPR-bis voor het geld dat je nu nodig hebt, een liquidatiereserve voor wat mag blijven staan.
Welke fouten worden het vaakst gemaakt met VVPR-bis?
Deze vijf fouten kom ik steeds opnieuw tegen in dossiers.
- Nog rekenen met 15 procent. Een groot deel van de artikels en zelfs van de rekenbladen die online circuleren, is niet bijgewerkt sinds de programmawet van mei 2026. Wie een uitkering plant op basis van 15 procent, komt 300 euro per 10.000 euro tekort.
- De kleine-vennootschap-toets op het verkeerde moment doen. De status wordt beoordeeld op het moment van de inbreng, niet op het moment van de uitkering. Dat werkt in beide richtingen. Een oude inbreng blijft geldig als je doorgroeit, een nieuwe inbreng telt niet meer als je op dat moment al groot bent.
- Vergeten dat de aandelen volledig volstort moeten zijn. Niet volstort op het moment van de uitkering betekent geen VVPR-bis, hoe lang je ook gewacht hebt.
- Het tussentijds dividend aan het verkeerde boekjaar toekennen. De vervroeging werkt alleen als het dividend uitdrukkelijk aan het lopende boekjaar wordt toegekend. Een fout in de notulen of in de boeking wist het voordeel uit.
- Dividend zien als vervanging van je loon. Een dividend bouwt geen pensioenrechten en geen sociale zekerheid op. En zak je met je bezoldiging onder de drempel, dan riskeer je het verlaagd tarief vennootschapsbelasting kwijt te spelen. Dat kost je meer dan wat je op de voorheffing wint.
Veelgestelde vragen over VVPR-bis
Waarom is het tarief plots 18 procent in plaats van 15 procent?
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026, verhoogt het VVPR-bis-tarief van 15 naar 18 procent. De verhoging geldt voor alle dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. Ze voert het begrotingsakkoord van november 2025 uit.
Kan ik nog snel aan 15 procent uitkeren?
Alleen als je algemene vergadering vóór 1 juli 2026 al besliste tot de uitkering en je die beslissing met een vaste datum kan aantonen. De minister van Financiën bevestigde dat dit geen fiscaal misbruik is, op voorwaarde dat de liquiditeits- en netto-actieftest vervuld waren. Voor beslissingen na die datum geldt 18 procent.
Geldt VVPR-bis ook voor een bv zonder minimumkapitaal?
Ja. Sinds het WVV het minimumkapitaal voor de bv afschafte, telt elke nieuwe inbreng in geld in een kleine vennootschap mee vanaf de eerste euro. De aandelen moeten wel volledig volstort zijn op het moment van de uitkering en aan alle andere voorwaarden voldoen. Een kapitaalloze bv sluit VVPR-bis dus niet uit.
Wordt de kleine-vennootschap-status nu gecontroleerd of op het moment van de inbreng?
Op het moment van de inbreng zelf. De toets gebeurt niet doorlopend en niet op het moment van de dividenduitkering. Een vennootschap die na de inbreng doorgroeit tot grote vennootschap, verliest het voordeel op die aandelen dus niet met terugwerkende kracht.
Verlies ik VVPR-bis als ik mijn aandelen verkoop?
Ja, in de regel wel, ook bij een verkoop aan familie buiten de rechte lijn. De uitzonderingen zijn een erfenis, een schenking in volle eigendom in rechte lijn of tussen echtgenoten, en een fiscaal neutrale fusie of splitsing. Bij een gewone verkoop krijgt de koper aandelen zonder VVPR-bis.
Is VVPR-bis na de verhoging naar 18 procent nog interessant?
Ja. Tegenover het gewone tarief van 30 procent scheelt het nog altijd 12 procentpunt, of 1.200 euro per 10.000 euro dividend. Tegenover de liquidatiereserve is VVPR-bis zelfs relatief voordeliger geworden, omdat er geen anticipatieve heffing van 10 procent vooraf betaald moet worden.
Dit artikel is informatief en geeft de stand van de wetgeving weer op 30 augustus 2026. Het vervangt geen persoonlijk advies. Neem contact op met Carbofisc voor jouw situatie.
Fiscaal accountant en zaakvoerder van Carbofisc.
Bronnen
- Practicali, "Verhoging van VVPRbis en liquidatiereserves: vanaf 1 juli 2026", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Liberoo, "Liquidatiereserves en VVPR bis: wat is er nu echt veranderd?", geraadpleegd 30 augustus 2026
- ITAA, "VVPRbis en de verhoogde roerende voorheffing: wat betekent het antwoord van de minister voor uw praktijk?", 14 april 2026
- ACS, "VVPRbis en liquidatiereserve: voortaan 18% roerende voorheffing", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Denp, "Liquidatiereserves en VVPR-bis: wat verandert er vanaf 2026?", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Deloitte, "VVPRbis: een kleine overdracht met grote gevolgen", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Practicali, "Aanpassingen aan het VVPR-bis regime vanaf 1 januari 2022", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Imposto Advocaten, "VVPRBIS-regime voor KMO-dividenden: voortaan ook voor vennootschappen zonder (minimum)kapitaal", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Alteor, "Dividenden versneld uitkeren aan 15% roerende voorheffing", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Alteor, "Vanaf wanneer dividenden uitkeren aan 15% roerende voorheffing?", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Eskofin, "De VVPR-bis saga", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Certifisc, "Dividenduitkeringen: liquidatiereserve en VVPRbis-stelsel", geraadpleegd 30 augustus 2026
- Commissie voor Boekhoudkundige Normen, groottecriteria artikel 1:24 WVV, geraadpleegd 30 augustus 2026
- Belgisch Staatsblad, Programmawet van 18 juli 2025, NUMAC 2025005578, gepubliceerd 29 juli 2025
- Wolters Kluwer, "Dividend VVPRbis: afschaffing tarief 20 %", geraadpleegd 2026-08-30
